Mesure de pression

Résultat de la recherche

Nom de la classe: Marque:
Article de stock: Séries:
Fig.:

Mechanische manometers

Op aarde hebben wij te maken met een omgevingsluchtdruk van circa 1000 mbar (let op weerbericht). Alle drukmetingen hebben dus een relatie met deze omgevingsdruk. Gezien de geringe barometrische schommelingen behoeven we daar veelal geen rekening mee te houden, behalve bij “absoluut” metingen. Gemakshalve gaan we er bij drukmetingen vanuit dat de omgevingsdruk = 0. De manometer laat zien hoeveel de gemeten druk lager (vacuüm) of hoger (druk) is ten opzichte van de atmosferische druk (omgevings luchtdruk).

Voor het meten van druk staan een 3-tal mechanische manometers ter beschikking, elk type heeft specifieke eigenschappen welke nodig zijn om druk te meten. Bij selectie van de manometer dient men een aantal procesgegevens te weten zoals medium vloeistof of gas, welke druk, temperatuur, te meten medium enz.
De 3 hoofdgroepen van mechanische manometers zijn te verdelen naar hun meetelement namelijk:
buisveer – membraan - membraantrommel.
Deze meetelementen bestaan uit koperlegering, roestvaststaal of voor speciale media uit resistente materialen.

De druk wordt weergegeven door een mechanisch gedeelte (binnenwerk) en uitleesbaar gemaakt in standaard druk-eenheden door middel van een wijzer en wijzerplaat.
Vloeistofgevulde manometers geven een optimale bescherming tegen hoge mechanische vibraties. Schakelfuncties kunnen worden verkregen door het inbouwen van mechanische contacten, tevens kan ook 4-20 mA uitgang signaal verkregen worden voor industriële proces automatisering.

1. Manometer met een buisveer
Een buisveer is een rondgebogen ovalenbuis. De aangelegde druk van het medium drukt tegen de binnenkant van deze buis waardoor deze zich gaat strekken, de tip van deze buis staat in verbinding met het binnenwerk welke de strekkende beweging omzet naar een draaiende beweging. Deze beweging wordt door de wijzer weergegeven. Door middel van een wijzer + wijzerplaat kan vervolgens de druk worden uitgelezen.
Buisveren voor het meten van drukken tot ongeveer 60 bar worden uitgevoerd met een C-vorm buisveer, voor hogere drukken word een buisveer gebruikt met een spiraalvorm.
De meetbereiken liggen tussen de 0 tot 0,6 bar en de 0-7000 bar, uiteraard ook vacuüm –1 bar.
De nauwkeurigheid voor buisveer manometers ligt tussen de 0,1 en de 4,0%.
Gezien de grote verscheidenheid van toepasbare materialen, meetbereiken en nauwkeurigheden is dit type manometer veelal toepasbaar.

2. Manometer met membraan
Membraanelementen zijn ronde gewelfde membranen welke aan de omtrek zijn geklemd.
Door de druk van het medium op het membraan zal deze worden ingedrukt en worden overgebracht naar het binnenwerk en aan de wijzer op dezelfde manier al bij de buisveermanometer. Door het aanbrengen van een folie aan de onderzijde van het membraan, zoals bijv. PTFE (en vele andere op aanvraag) zijn membraanmeters geschikt voor het meten van chemische media. Door het gebruik van openflens aansluitingen zijn deze meters ook geschikt voor het meten van hoog viskeus of kristalliserende media. Door de membraanconsructie is deze manometer goed (standaard 5x, bereik afhankelijk) overdrukveilig. Tevens is een hoogoverdrukveilige uitvoering, max. 400 bar, beschikbaar.
De meetbereiken liggen tussen de 0 tot 16 mbar en de 0 tot 40 bar
De nauwkeurigheid van membraanmanometers ligt tussen de 1,6 en de 2,5%. (Specials klasse 0,6%)

3. Manometer met membraantrommel
Een membraantrommel zijn twee membranen die aan de omtrek aan elkaar zijn gelast zodat er een trommel ontstaat.
Door de druk in deze trommel te verhogen zal deze gaan uitzetten en deze beweging uitleesbaar maken zoals boven reeds omschreven.
Deze membraantrommelmanometers zijn alleen geschikt voor droge gassen.
De meetbereiken liggen tussen de 0 tot 2,5 mbar en de 0-600 mbar.
De nauwkeurigheid voor membraantrommelmanometers ligt tussen de 1,6 en de 2,5%.

inleiding_02

Scheidingsmembranen
Scheidingsmembranen worden gebruikt om het medium te scheiden van het meetinstrument (manometers, druktransmitters en drukschakelaars)
De druk die op het scheidingsmembraan wordt uitgeoefend wordt door een hydraulisch systeem nauwkeurig door gegeven aan het meetinstrument. Hiervoor zijn verschillende vloeistoffen beschikbaar(zie overzicht).
Scheidingsmembranen zijn standaard van RVS, maar kunnen ook uitgevoerd worden in een groot aantal verschillende materialen. Hierdoor kunnen ze geleverd worden voor bijna elk medium.
Scheidingsmembranen kunnen ingezet worden voor bereiken vanaf 10 mbar tot 1600 bar en voor een temperatuur van het medium tussen –90°C tot 400°C.

Specifieke toepassingen


  • Het medium is agressief en mag niet in aanraking komen met het meetinstrument
  • Het medium is hoog viskeus en kan niet door een normale manometeraansluiting
  • Het medium is niet homogeen en bevat klonten die de inlaat van de manometer kunnen blokkeren
  • Het medium kan gaan kristalliseren
  • Het medium kan gaan polymeriseren
  • De mediumtemperatuur staat directmeting niet toe
  • Uitlezing niet bij drukpunt (capillaire leiding)
  • Hygiënische applicaties daar waar dode hoeken niet zijn toegestaan
  • Giftige stoffen die gevaar voor de omgeving kunnen veroorzaken (extra buffer)

 

Werking scheidingsmembraan
Scheidingsmembraan samenbouw zie tekening.
Het meetsysteem (scheidingsmembraan met manometer, druktransmitter of drukschakelaar en eventueel capillair) worden nauwkeurig samengebouwd en afgevuld met een vulvloeistof en daarna hermetisch gesloten (als het systeem hermetisch gesloten is mag deze niet meer worden opengemaakt).
De meetvloeistof die gebruikt wordt moet geschikt zijn voor de toepassing van het systeem, bijv. scheidingsmembranen voor de voedingsmiddelenindustrie moeten worden gevuld met een vloeistof die niet schadelijk is voor de gezondheid en systemen die worden gebruikt voor hoge temperaturen moeten worden voorzien van een hooggradige vulvloeistof (zie overzicht).

Vulvloeistoffen voor scheidingsmembranen


Naam Type nr toelaatbare toelaatbare opmerking
    mediumtemperatuur mediumtemperatuur  
    P abs < 1bar P abs =>1bar  
  [KN] [°C] [°C]  
Silicone-olie KN 2 - -20 tot 200 standaard
Silicone-olie KN 17 -90 tot 80 -90 tot 180 -
Hooggradige-olie KN 3.1 -10 tot 100 -20* tot 300 -
Hooggradige-olie KN 3.2 -10 tot 200 -20* tot 400 -
Halocarbon KN 21 -40 tot 80 -40 tot 175** voor zuurstof en chloor
Glycerine KN 7 - 10 tot 230 voor voedingsmiddelen, conform FDA-richtlijnen
Glycerine/water KN 12 - -10 tot 120 voor voedingsmiddelen, conform FDA-richtlijnen
Parafine-olie KN 62 -30 tot 170 -30 tot 250 voor voedingsmiddelen, conform FDA-richtlijnen
Planten-olie KN 13 -10 tot 200 -10 tot 300 voor voedingsmiddelen
* bij samenbouw met transmitter dan -10°C
** maximaal 160 bar

intro

Voorflens, dashboard en wandflens


          Uitsparing voor manometer met Uitsparing voor manometer met
Kastdiameter d1 d2 d3 d4 max. Voorflens Dashboard
  [mm] [mm] [mm] [mm] [mm] [mm]
40 51 61 3,6 44 44 ± 0,3 41 ± 0,5
50 60 71 3,6 55,5 54 ± 0,3 51 ± 0,5
63 75 85 3,6 69 67 ± 0,3 64,5 ± 0,5
80 95 110 4,8 88 84 ± 0,3 82 ± 1
100 116 132 4,8 108 104 ± 0,5 102 ± 1
160 178 196 5,8 168 164 ± 0,5 162 ± 1
250 270 285 5,8 - 254 ± 0,5 -

Uitsparing voor profielmanometers
Volgens DIN 43700

 

Kastmaat l1 l2
  [mm] Tolerantie [mm] Tolerantie
48 x 24 45 + 0,6 22,2 + 0,3
72 x 36 68 + 0,7 33 + 0,6
72 x 72 68 + 0,7 68 + 0,7
96 x 96 92 + 0,8 92 + 0,8
144 x 144 138 + 1,0 138 + 1,0
144 x 172 138 + 1,0 68 + 0,7

Membraanmanometers zijn naast de 1/2"G draad aansluiting ook te voorzien met open DIN (EN) flenzen. Deze toepassing komt aan de orde indien het te meten product een hoge viscositeit heeft, verontreinigd is en/of kristalliserend is.
Afhankelijk hiervan en keuze van de membraanmanometer kunnen we de volgende materialen selecteren: staal, roestvaststaal en kunststofbekleding (PTFE).
Flensmaten 25 mm (1”) en 50 mm (2”)
Andere materialen zoals Hastelloy, Monel, Tantal enz, andere maten zoals DN15 t/m DN 80 mm op aanvraag. Tevens ASME B 16.5, RTJ enz.

Maten voor membraanmanometer aansluitflenzen DN 25 en DN 50
ASME aansluitingen op aanvraag

lb-35_a

 

DIN aansluitflens Kast Meetbereik Maat Maat Maat Maat Maat Maat Maat Maat
  diameter   d5 k d4 b1 f g1 h stalen kast h RVS kast
  [mm] [bar] [mm] [mm] [mm] [mm] [mm] [mm] [mm]  
DN25 - PN40 100 <= 0,25 160 85 68 36 2 4 x M12 122 114
DN25 - PN40 160 <= 0,25 160 85 68 36 2 4 x M12 152 144
DN25 - PN40 100 > 0,25 115 85 68 25 2 4 x M12 111 101
DN25 - PN40 160 > 0,25 115 85 68 25 2 4 x M12 141 131

lb-35_b

 

DIN aansluitflens Kast Meetbereik Maat Maat Maat Maat Maat Maat Maat Maat
  diameter   d5 k d4 b1 f g1 h stalen kast h RVS kast
  [mm] [bar] [mm] [mm] [mm] [mm] [mm] [mm] [mm] [mm]
DN50 - PN40 100 <= 0,25 165 125 102 54 3 4 x rond 18 140 132
DN50 - PN40 160 <= 0,25 165 125 102 54 3 4 x rond 18 170 162
DN50 - PN40 100 > 0,25 165 125 102 30* 3 4 x rond 18 106 96
DN50 - PN40 160 > 0,25 165 125 102 30* 3 4 x rond 18 136 126
* bij RVS kast geen 30mm maar 26,5mm * bij RVS kast geen 30mm maar 26,5mm * bij RVS kast geen 30mm maar 26,5mm * bij RVS kast geen 30mm maar 26,5mm * bij RVS kast geen 30mm maar 26,5mm * bij RVS kast geen 30mm maar 26,5mm * bij RVS kast geen 30mm maar 26,5mm * bij RVS kast geen 30mm maar 26,5mm * bij RVS kast geen 30mm maar 26,5mm * bij RVS kast geen 30mm maar 26,5mm * bij RVS kast geen 30mm maar 26,5mm

Keuze bereik manometers
Het bereik van de manometer moet goed gekozen worden om een juiste uitlezing te verkrijgen.
Voor de keuze van het juiste bereik wordt aanbevolen dat de te meten waarde ligt tussen 1/3 en 2/3 van het maximum schaalbereik. Hiertussen heeft de manometer de hoogste nauwkeurigheid en is de manometer het best uit te lezen.

Gebruiksvoorschriften betreffende Econ® drukmeters
De Econ® industriële manometer, mits goed gekozen en op de juiste wijze toegepast, is gedurende lange tijd onderhoudsvrij. Een aantal factoren die bepalend zijn voor een storingsvrije werking zijn:

Opstelling


  • Manometer trillingvrij opstellen of zodanige uitvoering kiezen dat een duidelijke aflezing gewaarborgd is (vloeistof gedempte uitvoering)
  • Manometer monteren in verticale stand (andere opstellingen van de meter dienen bij bestelling te worden opgegeven)
  • Voor buitenopstelling een roestvaststalen of kunststof kast en ring toepassen
  • Het meetsysteem tegen drukstoten beschermen, resp. tot een minimum reduceren met behulp van een smoorschroefje of schokdemper
  • Manometer op zodanige afstand van warmtebronnen opstellen dat als gevolg van straling de temperatuur van het instrument niet hoger wordt dan 50 °C

 

Montage


  • Manometers dienen met een passende sleutel op het vier- of zeskant van de aansluitnippel te worden gemonteerd
  • Manometers met buitengasdraad volgens EN 837 zijn geschikt voor bodemafdichting; als afdichting dienen vlakke of geprofileerde ringen gebruikt te worden, bijv. fig. 3003, 3005
  • NPT aansluitingen op de draad afdichten met tape of vloeibare pakking
  • Bij drukken boven 1600 bar bij voorkeur metalen conische dichtingsring of speciale hogedrukaansluiting toepassen
  • Het gebruik van een afsluitorgaan tussen drukmeter en meetpunt verdient aanbeveling, bij voorkeur een afsluiter met ontluchtingsvoorziening (-schroef) toepassen teneinde de meter tijdens bedrijf op het nulpunt te kunnen controleren en een defecte meter tijdens bedrijf te kunnen vervangen
  • Afsluitorgaan onder de meter langzaam openen om drukstoten te voorkomen
  • Voor het schoonblazen van de leidingen het afsluitorgaan onder de meter dichtdraaien
  • Het zuigen of blazen in de aansluiting van lagedrukmeters kan beschadiging van het meetelement tot gevolg hebben
  • Bij het meten van media met hoge temperaturen, zoals bijv. stoom, is het gebruik van een syphonpijp gevuld met water of een koelelement noodzakelijk
  • Is een syphonpijp voor het verlagen van de temperatuur tot handwarm niet toereikend, dan dient een afstandsleiding van voldoende lengte, of een extra koelelement te worden aangebracht
  • Leidingen van het meetpunt naar de manometer dienen voor vloeistoffen iets groter in diameter gekozen te worden dan voor gassen. Een diameter van ca. 6 mm is voor de meeste vloeistoffen voldoende. Bij lange meetleidingen en voor lage drukken zijn pijpdiameters tot ca. 20 mm aan te bevelen.

 

Opslag
Manometers die tijdelijk worden opgeslagen, behoren goed verpakt, op een droge, vorstvrije plaats van minimum 5 °C en maximum 50 °C te worden bewaard.

LinkedIN
Imprimer Email
Eriks